zondag 2 april 2017

Zonder vrouwelijke vreugde is beschaving onmogelijk (Sloterdijk, Peter, VK)

De filosoof en denker des vaderlands in gesprek

Zonder vrouwelijke vreugde is beschaving onmogelijk, zegt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, die een boek schreef over het mysterie van het vrouwelijk orgasme. Scheidend Denker des Vaderlands Marli Huijer zocht Sloterdijk op aan de vooravond van de Maand van de Filosofie, die vandaag begint.
'Geen wetenschapper kan verklaren waarom er zoiets als een vrouwelijk orgasme is. Alle verklaringen die we kennen zijn problematisch.'

Ik ben net aangekomen in het huis van Peter Sloterdijk, de beroemde Duitse filosoof. Of eigenlijk in het huis van zijn vriendin, in een dorpje in de Provence. Sloterdijk heeft zojuist paddestoelen gebakken die hij na het interview in deeglapjes zal wikkelen en met eidooier zal bestrijken, om ze dan in de oven te zetten. Nu zitten we voor een open haard die niet brandt. Sloterdijks vriendin Bea, aan wie zijn nieuwe boek is opgedragen, is bij het gesprek aanwezig, net als een Nederlandse vriendin die bij hen logeert. Drie vrouwen in zijn nabijheid: het bevalt de filosoof, die elke vraag lachend beantwoordt, prima. 'Ik ben vandaag in een zeer goed humeur!'

NIET SUBSIDIABEL

Friedrich Schelling (1775-1854)

Duitse natuurfilosoof die na een studie theologie op 23-jarige leeftijd hoogleraar filosofie in Jena werd. Hij onderhield daar nauwe betrekkingen met Goethe, Schubert en de romantici van zijn tijd. Op zijn 22ste ontwierp hij een natuurfilosofie, waarin hij de natuur enerzijds opvatte als één groot organisme dat door de natuurwetenschap kan worden bestudeerd, en anderzijds als een oerbeginsel of oer-energie die aan alle onderscheidingen voorafgaat. De idee van het oer-ene, waarin geen onderscheid bestaat tussen subject en object, tussen man en vrouw, ontleende hij aan de Indiase filosofie. Schelling was op jonge leeftijd bevriend met Hegel, maar die vriendschap liep stuk na de publicatie van Hegels Fenomenologie van de geest.
De vrouwelijke seksualiteit is superieur aan de mannelijke: heel kort samengevat is dat het leitmotiv van Sloterdijks boek Het Schellingproject, dat nu in Nederlandse vertaling is verschenen. In Het Schellingproject vatten vijf wetenschappers het plan op een onderzoek te starten naar de relatie tussen de Duitse natuurfilosofie, met name die van Friedrich Schelling (1775-1854), en de vrouwelijke seksualiteit. Het gaat ze vooral om het mysterie van het vrouwelijke orgasme. Wat is er met de vrouwelijke seksualiteit gebeurd in de honderdduizenden jaren die ons scheiden van de eerste mensachtigen? Want, zoals een van de hoofdpersonen die 'Peer Sloterdijk' heet schrijft: 'Het is tamelijk zeker dat Eva gedurende de erotisch duistere tienduizenden jaren relatief weinig aangename gevoelens moet hebben gehad ten aanzien van het bezoek van de duistere dekker. Als het kort en zonder problemen verliep, mocht ze tevreden zijn.'

De eerste helft van het boek bestaat uit de lange e-mails die de wetenschappers elkaar sturen voor ze elkaar zullen treffen in Karlsruhe, waar ze over hun project zullen praten. De tweede helft begint met een verslag van die bijeenkomst, genotuleerd door Beatrice, een van de vrouwen van de groep, en vervolgt met nieuwe e-mails - de groep heeft dan van de wetenschapscommissie in Bonn te horen gekregen dat hun project niet subsidiabel is.

Marli Huijer (1955)

De hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam was de afgelopen twee jaar Denker des Vaderlands; deze maand wordt ze opgevolgd door René ten Bos. Huijer studeerde geneeskunde en filosofie en promoveerde op het werk van Foucault. Van 2002 tot 2005 bekleedde zij de Opzij-leerstoel Gender en Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Eerder publiceerde zij boeken over tijdsordening (Ritme), over sociale ordening (Discipline) en over achterblijven na emigratie (Achterblijven). Deze week verschijnt Leve de publieksfilosofie! Belevenissen van een Denker des Vaderlands.
Al in de eerste mailwisseling sluiten de wetenschappers een zogeheten 'potlach-verdrag' met elkaar, geïnspireerd op 'een uiterst indrukwekkend eerlijkheidsritueel zoals dat is overgeleverd bij Amerikaanse prairie-indianen'. Een van de deelnemers mailt de anderen hoe de indianen, voor ze op oorlogspad gingen, in een kring rond het vuur gingen zitten om elkaar te vertellen over hun seksuele belevenissen vanaf het moment dat ze de vorige keer de strijdbijl begroeven. Alles wordt opgebiecht, ook buitenechtelijke escapades. Daarna zijn de mannen weer broeders en is er harmonie: 'Op het oorlogspad tellen alleen moed en samenwerking, en daarbij zou seksuele jaloezie alleen maar een storende, zelfs verachtelijke werking hebben.'

In de mails graven de wetenschappers vervolgens in hun geheugen en halen er seksuele herinneringen uit, die ze uitgebreid opdissen. Een recensent van Die Zeit noemde Het Schellingproject om die reden een pornografische roman en omschreef het boek als 'een projectie van mannelijke geilheid.' Volgens de uitgever is het meer een 'moderne briefroman over de aard van de mens', een 'autobiografische herinnering aan de seksuele bevrijding van de jaren zestig' én een 'erotische roman'.
Belangrijker dan onder welk genre je Het Schellingproject zou scharen, is de kern van het boek: vrouwen dragen de wereld, alles staat of valt met de vrouw, de man doet er niet toe. Opmerkelijke boodschap, aangezien de Duitse filosofie niet echt bekend staat om haar vrouwvriendelijkheid. Grote filosofen als Hegel, Schopenhauer en Nietzsche waren regelrechte vrouwenhaters.

U heeft sinds de jaren tachtig een grote hoeveelheid filosofieboeken geschreven. Waarom nu een roman?

'Voor mij is Het Schellingproject geen roman, maar een verslag. Het is wetenschapssatire. Ik heb mijn filosofie van meet af aan gemengd met parodie. In mijn werk is altijd een dubbele klank aanwezig. Dat heb ik gemeen met Nietzsche.
'Als Nietzsche argumenteert, vind ik hem niet indrukwekkend. Maar in zijn parodieën komt hij tot onvergelijkbare hoogte. Als Nietzsche de toon van de bijbel nabootst, de taal van andere disciplines gebruikt of de stijl van de Franse moralisten ontsluit voor het Duitse filosofische proza en integreert, in Morgenrood - wat een geweldig boek is dat -, of in Menselijk al te menselijk, of in De vrolijke wetenschap, bereikt hij een hoogtepunt in de Duitse taal. 'Dat mengen van de taal met parodistische elementen doe ik ook, op afstand van hem. Daarom heet Het Schellingproject in de originele versie 'een verslag'. Het boek wil de verschillende stemmen laten horen van vijf, later zes wetenschappers die bevangen door een autohypnotisch elan een groot onderzoekproject opzetten naar de evolutionaire betekenis van de vrouwelijke seksualiteit en het vrouwelijke orgasme. Ieder van hen heeft een andere grondtoon, en het verslag als geheel biedt het volledige perspectief.'
Hoe serieus moeten we de stelling van het boek nemen, dat de vrouwelijke seksualiteit en het vrouwelijke orgasme superieur zijn aan die van de man?

'Die stelling is het leitmotiv van het boek. Maar dat wilde ik niet meteen oppakken. Eerst vraag ik hoe zoiets als de dierlijke seksualiteit is ontstaan. Wat is er gebeurd toen eencellige dieren, de amoeben en de bacteriën, van de eencellige deling overgingen naar de tweedeling, naar de seksuele polariteit? Dat is een natuurhistorisch wonder. Daarom verschijnt de Duitse natuurfilosoof Schelling aan de horizon, want in de natuur zijn veel grootse dingen gebeurd. Wetenschappers gaan ervan uit dat het hele drama pas begint als bij de zoogdieren het ei in het lichaam van de vrouw wordt geplaatst.'

In Het Schellingproject schrijft Desiree, de vrouwelijke filosoof van het gezelschap, in een mail aan de anderen: 'Het fallische gedrag van de man is niets anders dan een manoeuvre om de vernedering als gevolg van het wegstoppen van het ei in de baarmoederlijke bijna-onbereikbaarheid te verdoezelen. Wat is een erectie anders dan een merkwaardige vlucht naar voren? Is ze niet slechts een aanvraag voor kortstondige toelating tot de ontrukte grootheid? Er is niets komischer dan een erectie. De fallus is op de keper beschouwd niet meer dan een overschatte paddenstoel.'
Geeft het naar binnen gaan van het ei vrouwen hun speciale macht?
Sloterdijk: 'Elk verstandig insect, elk reptiel, elke vogel en elke vis legt het ei buiten zichzelf. Maar het ongelooflijke imperialisme van het voortplantingsapparaat heeft het vrouwelijke lichaam met keizerlijke macht bekleed. En als het ei eenmaal binnen is, moet er zoiets als seks via geslachtsorganen plaatsvinden. 'Daar begint de goddelijke komedie van de genitaliën', schrijft Désiree. Dat is natuurlijk niet alleen een komedie, maar ook een beetje een inferno.'

Geeft het naar binnen gaan van het ei vrouwen hun speciale macht? Er wordt nu vaak gezegd dat mannen voor de voortplanting niet meer nodig zijn. Vrouwen bekleden bovendien maatschappelijk steeds vaker de hoogste posities. Maakt de verinnerlijking van het ei de man uiteindelijk overbodig?

Schaterlachend: 'Dat is verschrikkelijk!'

Peter Sloterdijk (1947)

De zoon van een Duitse moeder en een Nederlandse vader is een van de meest toonaangevende Duitse filosofen. Tot zijn pensioen was hij rector en hoogleraar filosofie en esthetica aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe. In 1983 kreeg hij grote bekendheid met zijn Kritiek van de cynische rede. Tientallen cultuurfilosofische boeken volgden. In het Nederlands verschenen onder meer Regels voor het mensenpark, Sferen (een trilogie) en Je moet je leven veranderen. Van 2002 tot 2012 was hij duo-gastheer van het Duitse televisieprogramma Das Philosophische Quartett. Onlangs verscheen zijn tweede literaire werk Het Schellingproject in Nederlandse vertaling.
Maar speelt het op de achtergrond mee?

'Het boek zelf verkondigt volgens mij een zeer vrouwvriendelijke stelling. Het is troubadourlyriek in een filosofische toonsoort. Geen wetenschapper kan verklaren waarom er zoiets als een vrouwelijk orgasme is. En dan zijn er ook nog eens vrouwen die nooit een orgasme hebben.

'Het orgasme is geen genetisch stabiele kwaliteit van de vrouw. Het heeft ook een culturele kant, die mentaal wordt teruggekoppeld. Dat is de stelling van Desiree. Het orgasme is volgens haar een luxe. Want wie heeft gezegd dat de mens plezier zou moeten beleven? Zelfs Sigmund Freud, die toch een verstandige man was, stelde: 'Dat de mens gelukkig is, is niet in het plan voorgeschreven.'
'En hoe vaak is er in de cultuurgeschiedenis niet gezegd dat vrouwen géén plezier dienen te hebben? Bepaalde tradities in de moslimcultuur stellen ook nu nog dat de erotiek van vrouwen moet worden vermeden. Alleen de man moet genieten, de vrouw moet zich rustig houden.'

Als ik opper dat je plezier evolutionair gezien ook als een functie van de overleving zou kunnen zien - gelukkig bestaat er zoiets als plezier in de seksualiteit, waarom zouden vrouwen anders nog een man toestaan seks met haar te hebben? - antwoordt Sloterdijk met een opmerking over Boccacio.

Volgens hem is Boccacio de oervader van het Europese feminisme. In zijn Decamerone schreef deze 14de-eeuwse Italiaanse dichter en geleerde honderd verhalen die worden verteld door zeven vrouwen en drie mannen. Ze zijn op de vlucht voor de pest. 'Boccacio's vertellingen, vooral die van de vrouwen, zijn het grote antidepressivum van de moderne Europese cultuur. Als vrouwen depressief worden, houdt alles op. Want aan het goede humeur van vrouwen hangt het hele gewicht van de wereld. Mannen kunnen nog de oorlog in en zich daar amuseren, maar de treurigheid van vrouwen draagt het risico in zich dat de wereld ten onder gaat.'
Dus als vrouwen geen plezier zouden beleven aan de seksualiteit, is het einde van de mensheid in zicht?

'We zouden een volgende stap moeten uitvinden. Technisch is het mogelijk om de voortplanting kunstmatig uit te voeren.'

Dat is een biologisch argument.

'Het sociaal-psychologische argument is dat zonder vrouwelijke vreugde beschaving onmogelijk is. Vrouwen moeten plezier hebben, dat wisten ze in de Middeleeuwen al. Het is de basis van de troubadourlyriek. De Hollanders hebben geluk gehad dat prins Claus geen koning was. Zijn treurigheid heeft niet tot de ondergang van het vaderland geleid. Dat zou wel gebeurd zijn als de koningin triest was geweest.'

Een van de wetenschappers in Het Schellingproject, 'Peer Sloterdijk' (die in alle opzichten op zijn schepper lijkt) verwerkt de teleurstelling over de afwijzing van het onderzoeksproject door een opera te schrijven over Tiresias, de Oudgriekse ziener. In een ruzie tussen Zeus en Hera over de vraag welk geslacht het grootste plezier beleeft aan het liefdesspel, kiest Tiresias de zijde van Zeus. Hij stelt dat de lust van de vrouw wel negen keer groter is dan die van de man. Hera is woest, omdat Tiresias daarmee het best bewaarde geheim van de vrouw verraadt. Voor straf neemt ze hem het licht uit de ogen.
Ik kon geen geslachtsverandering ondergaan om het boek beter te maken
Het is een mooi verhaal, maar het bewijst niet dat vrouwen seksueel superieur zijn. Tijdens het lezen van uw boek vroeg ik me vaak af: hoe weet u, als man en filosoof, hoe vrouwen seksualiteit ervaren?

'Ik heb veel gelezen, vooral literaire vertellingen over seksualiteit. De literatuur die vrouwen zelf over seksualiteit hebben geschreven is helaas ongelooflijk slecht. Alleen Het ritsloze nummer van Erica Jong vond ik indertijd een mooi boek. Maar voor mij is het niet zo belangrijk wie over het vrouwelijk plezier in de seksualiteit schrijft of spreekt. Hoofdzaak is dat het belangrijk is. Iets klopt omdat het evident is. Je moet je beroepen op de evidentie. De antropologie zou zeggen dat ik de methode van de participerende observatie heb gebruikt.'

Dat is nog steeds alleen observatie en niet ervaring, en in uw geval: de mannelijke observatie.

'Ja, eh... Billy Wilder heeft daarop het klassieke antwoord gegeven: Nobody is perfect. Ik kon geen geslachtsverandering ondergaan om het boek beter te maken.' Met een blik naar de vrouwen om hem heen: 'Toch?'

VERKRACHTING

Hier is toch geen sprake van plezier?
Aan het einde van het boek schrijft Beatrice in een mail die alleen aan Desiree is gericht, dat ze in haar huis seks heeft gehad met vier Oost-Europese verhuizers. Het duurt niet lang: 'Die kerels leken vertrouwen te hebben in mijn beschikbaarheid, en ik was niet in de stemming om ze voortijdig weg te sturen. Achteraf bezien begrijp ik niet waarom ik meedeed aan wat er nu gebeurde', schrijft ze. 'Meedoen is niet het juiste woord.'

Voor mij onderstreept de scène vooral dat de auteur geen idee heeft van de vrouwelijke seksualiteit. Hier is toch geen sprake van plezier? Het komt meer over als een verkrachtingsscène.

'Nee, nee, nee. Het is geen verkrachting.' Sloterdijk roept zijn vriendin erbij en vertelt haar dat 'onze lezeres hier' meent dat de gebeurtenis met de verhuizers een verkrachting was. 'Nee', zegt zijn vriendin. 'Nee, nee. Het was pure lust! Een gelegenheid.' Sloterdijk, lachend: 'Als ik het woord plezier nog één keer hoor, trek ik mijn revolver.' Het is een parafrase op een zin die vaak aan Göring wordt toegeschreven, alleen ging het toen om cultuur in plaats van plezier.
'Het is hoe dan ook nooit mijn bedoeling geweest een impressionistische roman te schrijven. Het gaat mij om het thema. Waarom heeft de natuur aan bepaalde levensvormen zulke hoge libidineuze premies gegeven? De meeste dieren copuleren maar één of twee keer per jaar. De mens heeft de luxe van een chronisch libido. Het is mysterieus, dat overschot aan seksuele energie. Waarom steekt de vrouw zoveel energie in de seksualiteit? Dat heb ik als het grootste raadsel naar voren gebracht. Je kunt proberen het te verklaren vanuit het plezier. Maar 'plezier' is een te licht woord voor zo'n zware zaak. Er zit in de seksualiteit ook een mysterie.

'Volgens Desiree is het werkelijke geheim dat de seksualiteit zinloos is geworden. Voor de voortplanting is deze niet echt meer nodig. Sterker nog, de vrouw kan pas ten volle van de seksualiteit genieten als de kinderen het huis uit zijn. Dan gaat ze er pas echt vol voor.'

dinsdag 20 september 2016

Skepsis (2010) : G spot

G-spotting en plasseks

Onderzoek naar het lekkerste plekje

door Dirk Koppenaal
De G-spot heeft dankzij triviaal onderzoek en anekdotes een plekje veroverd binnen de hedendaagse seksuologie. Is dat terecht of lijkt de G-spot meer op een uvo, een ‘unidentified vaginal object’?
De G-spot staat bekend als een zeer gevoelig plekje ter grootte van een vingertopje aan de voorkant van de vagina. Het zou bij ongeveer de helft van de vrouwen te vinden zijn. Prikkeling ervan kan resulteren in een spetterend vaginaal orgasme. De G-spot is niet genoemd naar de kreet die meestal op zo’n moment klinkt, maar naar de Duitse gynaecoloog Ernst Gräfenberg. Hij was in 1950 de eerste moderne wetenschapper die deze erogene zone beschreef. De G-spot zou een stukje van de vrouwelijke prostaat bevatten, die melkachtig vocht produceert dat zich in de plasbuis ophoopt en dat door spiercontracties tijdens het orgasme wordt weggespoten: het vrouwelijk ejaculaat.
Door de publicatie van een populair boek over seksualiteit kreeg het plekje vanaf 1981 veel aandacht. Een hoofdstuk met anekdotes van een aantal vrouwen over krachtige orgasmen en ejaculaties deed het goed bij het grote publiek en de G-spot was plots een begrip. Niet alleen vrouwenbladen, maar ook studieboeken en zelfs wetenschappelijke artikelen gingen er kritiekloos vanuit dat de G-spot bestond.
De mysteries rondom de vrouwelijke begeerte zijn al eeuwenlang een inspiratiebron voor dichters, minnaars en geleerden, die zonder gêne over hun bevindingen schreven. De urologe Joanna Beate Korda en haar collega’s zijn ervan overtuigd dat de G-spot en vrouwelijke ejaculatie bestaan en ze hebben onlangs een historisch overzicht over dit onderwerp geschreven. [15]
Oude geneugten
De geschiedenis begint bij het taoïsme, een Chinese filosofische en religieuze stroming die in de vierde eeuw voor Christus ontstond. Het taoïsme heeft zich parallel aan het confucianisme en het boeddhisme ontwikkeld en richt zich op leven in eenheid met de natuur. De natuur zou bestuurd worden door een universele kracht qi, die weer het resultaat is van de interactie tussen de kosmische krachten yin en yang. Yin en yang spelen ook een grote rol binnen de seksualiteit. Yin is de vrouwelijke kracht, waaraan een negatieve, slechte en passieve invloed wordt toegekend. Yang, de mannelijke kracht, is superieur en goed. Zowel yin als yang maken onderdeel uit van een universele energie, die zijn puurste vorm zou kennen op het moment van een orgasme. Yin wordt dan jing genoemd.
Mannen moesten voorzichtig zijn met ejaculeren, want op dat moment verliezen zij yang. Als een man teveel yang verloor zonder jing op te nemen, kon hij ziek worden en zelfs doodgaan. Het was beter voor de man om de jing van een vrouw op te nemen zonder zijn yang te verspillen; als hij dat twaalfmaal deed, bleef hij altijd jong en knap, en als het hem 93 keer lukte, wachtte hem het eeuwige leven. Het was dus de moeite waard om de begeerte van een vrouw te bestuderen. Deze bevindingen werden in de vierde eeuw na Christus door de taoïsten tot in detail beschreven. Korda heeft vertalingen van verschillende teksten gebruikt, en hoewel die soms in bloemrijke taal waren opgesteld, zijn er tal van aanwijzingen dat zowel de G-spot als de vrouwelijke ejaculatie werden beschreven.
India staat bekend om een reeks oude leerboeken over de liefde, die samen de Kamasastra worden genoemd. Het beroemdste boek, de Kamasutra, werd door Mallanaga Vatsyayana ergens tussen de tweede en vierde eeuw na Christus samengesteld op basis van honderden jaren oudere teksten, die allemaal verloren zijn gegaan. De Kamasutrabehandelt op didactische wijze vele onderwerpen op het gebied van de erotiek. Bij het grote publiek is de Kamasutravooral bekend om zijn de vele standjes, waaronder ‘schaar’, ‘hond’ en ‘slang’. Er zijn deskundigen die beweren dat ze veel genot geven omdat de man de G-spot zou stimuleren. Maar dat is moderne kennis, want volgens Korda wordt de G-spot in de Kamasutra niet genoemd.
De Kamasutra spreekt wel over vochtproductie bij vrouwen tijdens de bevruchting, maar ejaculatie, het spuiten van vloeistof tijdens het orgasme, wordt niet expliciet genoemd. In de twaalfde en dertiende eeuw verschenen meer Indiase werken die de vrouwelijke ejaculatie wel beschrijven, zoals de Ratirahasya en de Pancasayaka. In het oude India werden mannen en vrouwen op basis van hun uiterlijk in verschillende groepen verdeeld. Er werden vier groepen vrouwen onderscheiden en het ejaculaat van iedere groep had zijn eigen geur en smaak. De Pancasayaka zou ook een omschrijving van de G-spot geven.
De Perzische arts en filosoof Avicenna (Ibn Sina, 980–1037) was een van de beroemdste wetenschappers uit zijn tijd. Zijn bekendste boek, ‘Canon van de geneeskunde’ (Al-qanun fi al-tibb), was vanaf de late middeleeuwen het standaardwerk voor medici in het Midden-Oosten en Europa en werd zelfs tot 1650 in Leuven als universitair leerboek gebruikt. Avicenna beschrijft de vrouwelijke afscheiding, maar schrijft tegelijkertijd dat de vrouw niet ejaculeert zoals de man. Korda kon verder geen overtuigende antieke of middeleeuwse Arabische of Perzische beschrijvingen van het vrouwelijk ejaculaat vinden.
Antieke Griekse geleerden zoals Pythagoras (570–510 v. Chr.), Empedocles (490–430 v. Chr.), Hippocrates (460–377 v. Chr.) en Aristoteles (384–322 v. Chr.) bestudeerden de menselijke voorplanting in detail. In die tijd dacht men dat zowel mannen als vrouwen zaad produceerden dat het ei bevruchtte. Hippocrates geloofde bijvoorbeeld dat de kracht en het volume van het vrouwelijk zaad het geslacht van het kind bepaalde. Hoewel niet zeker is of Aristoteles de auteur van het tiende deel van Historia Animalium is, wordt er in dit boek niet alleen onmiskenbaar over ejaculatie maar ook over de G-spot geschreven. Volgens Claudius Galenus van Pergamum (129–200 n. Chr.) waren mannen en vrouwen replica’s waarbij de organen van de vrouw omgekeerd in het lichaam waren gekomen. Galenus’ beschrijvingen van de vrouwelijke ejaculaties passen binnen deze zienswijze en hij beschouwde ze als net zo noodzakelijk als die van de man.
De Nederlandse gynaecoloog Reinier de Graaf (1641–1673) was de eerste die echt wetenschappelijk inzicht gaf in de werking van de vrouwelijke organen en hij is de ontdekker van de later naar hem genoemde ‘Graafse follikels’. InTractatus de Virorum Organis Generationi Inservientibus beschreef De Graaf de vrouwelijke ejaculatie en een ‘één vinger breed wit doorschijnend weefsel rond de plasbuis’, dat hij in verband bracht met de mannelijke prostaat. De Graaf schrijft: ‘De functie van de prostaat is het genereren van een vloeibaar taai sap met een scherpe en zoute smaak dat vrouwen meer wellustig maakt en tijdens de coïtus hun seksuele delen op een aangename wijze smeert.’ De Graaf beschrijft dat het weefsel buisjes bevat die zo eindigen dat de prostaatvloeistof niet met urine mengt en rapporteert: ‘Tijdens de seksuele handeling zijn de lozingen zo overvloedig, dat het zelfs buiten de schaamdelen stroomt.’
De Graaf ontdekte de vrouwelijke prostaat ruim 200 jaar eerder dan Alexander Skene (1837–1900), waarnaar het orgaan nu (ten onrechte) vernoemd is. Skene legde nooit de relatie tussen het klierweefsel en seksualiteit. Aangezien De Graaf de eerste was die de vrouwelijke prostaat beschreef en een relatie legde tussen spot, lust en ejaculaat, zou de ‘G’ eigenlijk naar hem moeten verwijzen en zouden we kunnen spreken over de ‘Graafse spot’.

Gräfenberg

Dr. Ernst Gräfenberg werd geboren op 26 september 1881 in Adelebsen bij Göttingen, Duitsland. [22] Hij studeerde medicijnen in Göttingen en München, en slaagde cum laude op 10 maart 1905. Oorspronkelijk werkte hij als oogheelkundige, maar specialiseerde zich later als vrouwenarts aan de universiteit van Kiel. Hij toonde zich ook een zeer productieve onderzoeker. Na zijn specialisatie werkte hij aan de Universiteit van Berlijn, waar hij de eerste ovulatietest zou hebben ontworpen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier aan het oostfront, waar hij schotwonden behandelde en ook regelmatig Russische vrouwen hielp bevallen.
Terug van het front ontwierp hij een voorloper van het pessarium, de gräfenbergring, die gemaakt was van zilver en zijde en pas rond 1960 werd vervangen door plastic tegenhangers. Hoewel bekend was dat Gräfenberg joods was, dacht hij veilig te zijn voor het nazibewind, omdat veel van zijn patiënten getrouwd waren met nazi’s. In 1937 werd hij toch gearresteerd, maar na bemiddeling mocht hij in 1940 naar Californië emigreren. Later verhuisde hij naar New York en opende er een grote privékliniek. Rond 1953 bleek dat Gräfenberg aan de ziekte van Parkinson leed. Hij stierf op 28 oktober 1957.
In 1950 schreef Gräfenberg zijn befaamde artikel ‘The role of the urethra in female orgasm’. [9] Het is geen wetenschappelijke studie, maar een luchtig geschreven opiniestuk over frigiditeit, verschillende vormen van opwinding en erogene zones. Gräfenberg spreekt over ‘ontelbare erogene spots verspreid over het hele lichaam, van waaruit de seksuele bevrediging kan worden opgewekt’. Als voorbeelden noemt hij tepels, borsten en oorschelp.
Speciale aandacht geeft hij aan het gebiedje rond de plasbuis, dat door externe stimulatie maar ook door prikkeling vanuit het urinekanaal zelf, opzwelt en tot fijne momenten kan leiden. Gräfenberg wijst het weefsel aan als bron van een onbekende vloeistof, die niet uit de vagina, maar uit de plasbuis wordt gespoten. Hij verwijst niet naar de mannelijke prostaat en uit niets valt op te maken dat Gräfenberg vindt dat hij een revolutionaire ontdekking heeft gedaan, integendeel. Om aan te geven dat experimenteerders allang van het erotische gebied op de hoogte waren, wijst hij op haarspelden en andere objecten die met regelmaat in de blaas worden aangetroffen. Whipple schreef later dat Gräfenbergs omschrijving van de exacte locatie van het gevoeligste gedeelte van dit erogene gebied haar ervan overtuigde om de G-spot naar hem te vernoemen. [22]
De Gräfenberg-spot werd voor het eerst in 1981 genoemd door Perry en Whipple in een artikel over de behandeling van incontinentie. [18] De gangbare therapie voor dit soort plasproblemen was oefening van de bekkenbodemspieren, maar de auteurs ontdekten dat een groep van 47 vrouwen juist hele sterke spieren had. Aangezien het vochtverlies alleen tijdens het vrijen optrad, kregen Perry en Whipple het idee dat de Gräfenberg-spot ejaculaties veroorzaakte. Bij alle vrouwen werd inderdaad zo’n spot aangetroffen, wat overigens niet zo vreemd is als men bedenkt dat de auteurs later ook in een groep van 400 vrouwen bij allen de spot vonden.
De term ‘G-spot’ werd in 1981 voor het eerst gebruikt in het vermaarde artikel van Addiego, Whipple en nog vier collega’s [1], dat beschreef hoe elektrische stimulatie van dit plekje bij één vrouw één keer in een dieper orgasme met ejaculatie resulteerde. In 1982 verscheen het boek iThe G spot and other recent discoveries about human sexualitydoor de psychologen en seksuologen Ladas, Whipple en Perry. [16] Zij breken hierin een lans voor vrije seksualiteit van de vrouw en beschrijven anekdotes van vrouwen met spetterende orgasmen na stimulatie van de G-spot. Het grote publiek was meteen overtuigd en zonder veel onderzoek of kritiek was de G-spot een begrip geworden.

Goede zaken

Seks verkoopt en met de G-spot werden goede zaken gedaan. Er verschenen al spoedig erotische artikelen op de markt om de spot te stimuleren, waaronder de fancy ‘Galactic Finger G-Spot Vibrator’ en de ‘Curved G-Spot Rabbit Vibrator’. De G-spot was een bron voor nieuwe fantasieën. Bovendien kon men nu vrijelijk films met ‘ejaculaties’ vertonen in het Verenigd Koninkrijk en andere landen waar plasseks verboden was. Feministen waren er minder enthousiast over, want zij zagen de G-spot als een mannensmoes voor vaginale seks.
Wie op Amazon.com op ‘G-spot’ zoekt, vindt meer dan 400 boektitels. Ook in vrouwenmagazines en mannenbladen werd er veel over geschreven. Ik heb een aantal boeken gelezen, die samen te vatten zijn als: een hoop gepraat en veel anekdotes, maar weinig feiten. Zo beschrijft Hicks in Understanding the G-Spot and Female Sexuality hoe iedereen met één vinger in tien simpele stappen zijn vrouwelijke partner in zwijm kan laten vallen door haar een orgasme zonder weerga te laten beleven. [12] Gewoonlijk duurt de climax maar een paar seconden, maar dankzij de G-spot wordt het orgasme een ware uitputtingsslag die minuten en soms tientallen minuten aanhoudt. Hoewel ik de eerste druk las, meldt Hicks dat 92% van de lezers hem schreef dat ze succes hadden geboekt.
Niets lijkt te gek om de lustgevoelens te bevorderen: sommige privéklinieken bieden warempel G-spotvergrotingen aan. Bij deze ingreep wordt collageen of lichaamsvet in de vaginawand geïnjecteerd. Het prijskaartje verschilt: voor een injectie met hyalinezuur betaal je tussen de 500 en 1000 euro, de prijs van een prikje met lichaamsvet stijgt boven de 1000 euro. Het eventuele effect duurt maar een paar maanden, want daarna wordt het geïnjecteerde materiaal weer afgebroken. Volgens de plastisch chirurg Edwin Van Onselen, die volgens eigen zeggen tien patiënten per maand behandelt, zijn klanten en hun partners zeer tevreden na een dergelijke ingreep. [11]
Naast de G-spot zouden vrouwen nog meer vaginaal erogene zones hebben. De anterior fornix erogene (AFE) zone werd ontdekt door de Maleisische seksuoloog Chua Chee Ann tijdens onderzoek bij vrouwen die aan vaginale droogte leden. Deze zone, ook wel A-spot genoemd, ligt tussen de G-spot en de baarmoederhals en zou ook een deel van de prostaat zijn. Dagelijkse stimulatie van de spot zou vaginale droogte tegengaan en orgasmen zonder voorspel mogelijk maken. Volgens seksgoeroe David Shade is er ook nog een ‘diepe spot’, die recht tegenover de A-spot ligt, dus in het doodlopende stukje vagina net voorbij de cervixopening. De U-spot is een klein erectiel en gevoelig plekje vlak naast het plasgaatje.
Het lijkt vreemd dat mannen met hun veel grotere prostaat geen spot hebben. Volgens kenners is dat ook niet zo; de P-spot is een erogene zone aan de achterkant van de prostaat. De P-spot wordt soms ook A-spot genoemd naar de eerste letter van de gebruikelijke manier van benadering.

Geurineerde superejaculaties

Of iemand een man of een vrouw wordt, hangt af van het geslachtsbepalende gen op het Y-chromosoom, dat vanaf de zevende week van de zwangerschap een cascade aan gebeurtenissen in gang zet. Onder invloed hiervan, of juist door het uitblijven, ontwikkelen en differentiëren de geslachtsorganen zich. Identieke embryonale herkomst verklaart de overeenkomsten tussen organen en cellen bij mannen en vrouwen: bijvoorbeeld testikels en ovaria, penis en clitoris, scrotum en vulva, sertolicellen en granulosacellen. Ook voor de mannelijke prostaat geldt dat er een vrouwelijke tegenhanger is, namelijk de klieren rond de plasbuis, ook wel para-urethrale klieren of klieren van Skene genoemd. Naast embryonale herkomst zijn er andere bewijzen, zoals histologie (weefselleer) en biochemische eigenschappen, die aannemelijk maken dat er inderdaad een vrouwelijke prostaat is. [24]
De locatie van de G-spot is goed te herkennen als een sponsachtig plekje in de verder gladde vaginawand. Waarschijnlijk heeft iedere vrouw zo’n plekje, maar pas als het onderliggend weefsel op prikkeling reageert door op te zwellen, is het een G-spot. Hiermee wordt ook meteen een probleem bij de bestudering van de G-spot duidelijk. Lang niet iedere onderzoeker beschrijft duidelijk of men alleen naar het bobbelige plekje heeft gezocht, of ook het zwellen heeft gecontroleerd. En hoe kunnen de onderzoekers zo zeker weten dat alleen de G-spot werd gestimuleerd? Het is haast onmogelijk om dan geen andere plekken in en rondom de vagina te raken. Daarnaast zullen veel vrouwen onder zulke klinische omstandigheden niet echt erotisch op een stimulus reageren en hooguit aangeven dat ze ‘daar’ wat voelen.
Hoewel niet ieder vrouw met een G-spot altijd ejaculeert en niet iedere ejaculerende vrouw altijd een G-spot heeft, wordt het fenomeen er sinds de eerste publicaties van Perry en Whipple wel mee geassocieerd. [18] Niet ieder vochtverlies tijdens het orgasme is echter aan een ejaculatiemechanisme toe te schrijven; het coïtale incontinentiesymptoom bijvoorbeeld is het gevolg van zwakke of slecht functionerende bekkenbodemspieren, wat kan leiden tot urineverlies tijdens het vrijen. De vraag is dus reëel of de vrouwelijke ejaculatie meer is dan een vorm van ongecontroleerd urineverlies.
Het werkingsmechanisme lijkt simpel. G-spotstimulatie activeert de Skene-klieren, die buisjes bevatten die in en naast het plaskanaal uitmonden en deze vol laten stromen. Tijdens een orgasme trekken de bekkenbodemspieren samen en spuit het vocht eruit.
Maar zo eenvoudig is het niet. Bij de man is er een constructie met zaadblaasjes, prostaat en blaassluitspier die het zaad één kant uit perst. Bij de vrouw is er slechts een plasbuis met bovenaan bij de blaas een urineafsluiter, en die is altijd dicht behalve bij toiletbezoek. Lustvocht druppelt gewoon naar buiten als het in de plasbuis komt. Tijdens de climax zouden hooguit wat druppeltjes die toevallig in de plasbuis aanwezig waren, weggespoten kunnen worden. De hoeveelheid die serieuze onderzoekers meten, ligt echter rond de 10 tot 15 ml, dat zijn 200 tot 300 druppels en is nota bene 2 tot 3 maal het volume van de klieren zelf. Anekdotes en boeken beschrijven nog veel grotere volumes met als uitschieter Gary Schubach die hoeveelheden mat, die een geroutineerde Beierse bierdrinker tijdens de oktoberfeesten nog een natte broek zou bezorgen. [19]
Deze ‘superejaculaties’, ook bekend als ‘squirting’, bestaan uit urine en hebben niets met G-spot of Skene-klieren te maken. Volgens kenners is urine zout en ejaculaat zoet. Onderzoekers tonen met hun uiterst gevoelige biochemische testen ook sterk verdunde prostaatproducten aan. Een vrouwelijke ejaculatie is misschien mogelijk, maar zal bij meer dan een paar druppeltjes voornamelijk uit urine bestaan.

Een gynaecologische mythe?

Al kort na de ontdekking van de G-spot waren er onderzoekers die twijfelden aan het bestaan ervan. Alzate schreef bijvoorbeeld dat stimulatie van zowel de voorkant als de achterkant tot een vaginaal orgasme kon leiden en dat opgevangen ejaculatievocht gewoon urine was. [2] Degene die de knuppel in het hoederhok gooide, was Terence Hines, hoogleraar psychologie aan de Pale University en auteur van Pseudoscience and the Paranormal – geen vrouwenarts, uroloog of sekstherapeut, maar een scepticus. In een kort artikel besteedt Hines uitgebreid aandacht aan de door Ladas, Whipple en Perry opgevoerde bewijzen en het bestaansrecht van de G-spot. [13]
Hoeveel onderzoek was er eigenlijk uitgevoerd? Hines constateert dat behalve het artikel van Addiego alle andere publicaties slechts zelfgerapporteerde ervaringen bevatten. Pas in 1983, dus ná de wereldwijde acceptatie van de G-spot, verschijnt er nog een publicatie waarin twee gynaecologen na een korte training de G-spot bij vier van elf vrijwilligsters herkenden. [8] Hines vraagt zich ook af hoe sterk de bewijzen voor het bestaan van ejaculatie destijds waren. Naast de gebruikelijke anekdotes was er volgens hem maar weinig onderzoek gedaan. Hij verwijst naar een studentenonderzoek, waaruit bleek dat 40% van de ondervraagden soms een natte ervaring had tijdens het vrijen. Uit het onderzoek van Addiego met één vrijwilligster bleek in het ejaculaatvocht een enzym aanwezig te zijn dat ook kenmerkend is voor mannelijk prostaatvocht. In de andere bovengenoemde studie ejaculeerden zes(!) van de elf vrijwilligsters, maar bleek het opgevangen vocht niet te verschillen met urinemonsters die eerder waren afgenomen. [8]
De belangrijkste kritiek van Hines richt zich op het feit dat als de gevoelige G-spot zou bestaan, er ook veel zenuwen op die plek in de vagina aanwezig moeten zijn. De sensitiviteit van een lichaamsdeel wordt immers bepaald door de mate van aanwezigheid van gespecialiseerde zenuwuiteinden, zoals tast, druk of pijnsensoren. De zenuwen samen vormen een vlechtwerk of plexus om uiteindelijk bijeen te komen en signalen naar de hersenen te sturen. Hines kon geen onderzoek vinden dat een zenuwplexus voor de G-spot aantoonde. Naar aanleiding van zijn publicatie werden drie boze brieven gepubliceerd, maar geen enkele van zijn opponenten kon iets tegen dit argument inbrengen. Recent zijn hierover nog twee publicaties verschenen. Een studie bevestigt dat een zenuwplexus ontbreekt. [17] Anderen vinden wel iets meer zenuwuiteinden in de vaginawand op de plaats waar de G-spot zou kunnen liggen, maar de verschillen zijn klein en het onderzoek is gedaan in materiaal van vrouwen waarvan onbekend was of ze een G-spot hadden. [21] Bovendien blijkt dat operaties aan of in de buurt van de voorkant van de vagina, waarvan aangenomen mag worden dat ze zenuwen van en naar de vagina beschadigen, geen invloed hebben op het seksuele functioneren. [14]
Hines is onthutst door zijn bevindingen. Met nauwelijks meer dan anekdotes en met het totaal ontbreken van een mechanisme dat de erogeniteit van de G-spot kan verklaren, is een concept gelanceerd dat gemeengoed is geworden en door seksuologen tot officieel onderwijsmateriaal is bestempeld. Hines komt tot de conclusie de G-spot een gynaecologische ufo is: veel naar gezocht, veel over gediscussieerd, maar niet bewezen met objectieve methodes.

Genetisch bewijs?

De G-spotters waren niet onder de indruk van Hines’ argumenten. Men deed het af als ‘een slecht onderbouwd overzichtsartikel, geschreven door een auteur die bijna onbekend is in de academische geneeskunde en die nog nooit iets had gepubliceerd in dit vakgebied.’ [14] Had Hines het mis en zijn er intussen meer bewijzen?
Begin dit jaar werd de wereld opgeschrikt door krantenkoppen zoals ‘Het einde van de G-spot?’. De kranten verwezen naar een Engelse studie van het King’s College onder ruim 1800 één- of twee-eiige tweelingen. [6] Zij hadden een enquête ingevuld met 30 seksgerelateerde vragen, waaronder: ‘Gelooft u dat u een zogenaamde G-spot hebt, een klein gebied ter grootte van een kwartje op de voorkant van uw vagina, dat gevoelig is voor diepe druk?’. Aangezien variatie van lichaamseigenschappen altijd een mate van erfelijkheid laat zien, redeneerden de auteurs dat als de G-spot bestond, er minder verschillen in het voorkomen van de G-spot in eeneiige dan in twee-eiige tweelingen moest zijn. Ze konden echter geen patroon ontdekken: sommige deelneemsters zeiden wel een G-spot te hebben, terwijl hun identieke tweelingzus hem niet had.
De antwoorden van de tweelingen kwamen wel overeen met een andere grote studie: 56% van de deelneemsters gaf aan een G-spot te hebben. Jongere vrouwen zeiden vaker een G-spot te hebben dan ouderen, net zoals extraverte, seksgeïnteresseerde vrouwen hem vaker hadden dan introverte deelneemsters. Opleidingsniveau, emotionele intelligentie, het aantal partners en de frequentie van vrijen bleken niet van invloed. De auteurs merkten op dat het percentage deelneemsters met een G-spot tweemaal hoger lag dan het percentage vrouwen dat af en toe een vaginaal orgasme meemaakte. Ze vinden dat vreemd, want als de G-spot echt bestaat, zouden veel meer vrouwen af en toe een vaginaal orgasme moeten beleven.
Op de gynaecologenconferentie die een maand later in Parijs werd gehouden, haalden de aanwezigen hun neus op voor de tweelingenstudie. [22] In een nieuwsbericht van de Independent noemt de Franse uroloog en chirurg Pierre Foldes de conclusies compleet verkeerd ‘omdat ze enkel gebaseerd waren op genetische observaties’. ‘Het is duidelijk dat de vrouwelijke seksualiteit variabel is. Het is geen kwestie van ja of nee, of aan en uit. Het onderzoek laat vooral een gebrek aan respect zien voor wat vrouwen zeggen.’
Foldes en zijn collega de gynaecoloog Odile Buisson verwijzen liever naar de Italiaanse studie van Emmanuele Gravina, die met een ultrasone scan de voorkant van de vaginawand bestudeerde en zag dat deze dikker was bij vrouwen die volgens eigen zeggen vaginale orgasmen hadden. [10] Het anatomisch bewijs voor de G-spot was geleverd!
Solide is dit bewijs echter niet. De vaginawand bestaat onder meer uit spierweefsel en vrouwen die vaker een vaginaal orgasme hebben, zouden wel eens een gespierdere vagina kunnen hebben dan vrouwen die de ervaring missen. De onderzoekers hadden dit moeten controleren door tevens de achterkant van de vaginawand te meten. Ook Battaglia en collega’s vergaten deze controle, maar zij ontdekten wel dat de vaginale dikte correleerde met concentraties mannelijke hormonen en de periode tot de laatste gemeenschap. [3] Het anatomisch bewijs voor de G-spot is zeker niet geleverd!

Een freudiaans orgasme

De G-spot zou de schakelaar van het vaginaal orgasme zijn; maar wat is een vaginaal orgasme eigenlijk? Het concept werd in 1905 door Sigmund Freud bedacht. [7] Freud suggereerde dat er twee typen orgasmen zijn: een clitoraal orgasme, voor spelende meisjes, en een dieper, aangenamer orgasme dat door penetratie en zonder stimulatie van de clitoris bereikt moest worden. Een getrouwde vrouw, die haar echtgenoot lief had, moest tijdens de daad het fijne gevoel van haar clitoris naar haar vagina verplaatsen. De hypothese paste mooi in Freuds plaatje van de vrouw als een inferieur aanhangsel van de man, en haar daaruit voortvloeiende sociale en psychologische rol. Niet gehinderd door gebrek aan kennis en bewijs, schreven hij en zijn volgelingen een groot aantal artikelen over het onderwerp, zodat het vanzelf wetenschappelijk begon te klinken en zelfs de medische wereld erin begon te geloven.
De veronderstellingen van Freud werden lange tijd nauwelijks ter discussie gesteld en als het al gebeurde, dan was dat vanuit feministische of psychologische hoek. Rond 1953 kwam de kentering. De seksuoloog Alfred Kinsey vergeleek met wattenstaafjes de gevoeligheid van de clitoris en de vagina en concludeerde dat de clitoris de enige ‘locus’ van seksuele sensatie was. Na bestudering van duizenden orgasmen in honderden vrouwen bevestigde de gynaecoloog William Howell Masters in 1966 dat er slechts één orgasme was; deze begon bij de clitoris en verspreidde zich naar de vagina. Volgens Sherfey is de hele discussie zinloos; door de spiertrekkingen en de verhoogde bloeddoorstroming tijdens een orgasme kan er onmogelijk vastgesteld worden wat waar plaatsvindt. [20]
De moderne G-spotonderzoekers zeggen dat ze het freudiaanse concept hebben losgelaten en spreken over één orgasme, verkregen door externe, of interne stimulatie. [5] Maar de scheidslijn is vaag, want men maakt wel degelijk onderscheid tussen het fysiologische resultaat en de gevoelssensatie. Volgens Whipple bijvoorbeeld puilt bij een clitoraal gestimuleerd orgasme de vagina op het moment suprême iets naar buiten, terwijl bij een vaginaal geprikkeld orgasme de baarmoederwand tegen de vagina drukt. [14] Bovendien is het zo´n mond vol, “vaginaal gestimuleerd orgasme”, terwijl vaginaal orgasme toch net zo duidelijk klinkt? [10] Zo zijn de freudiaanse verzinsels terug van weggeweest.

Geëvalueerd

De eerste onderzoekers, die allemaal nauw samenwerkten, beschouwden de G-spot als een duidelijk lokaliseerbare plek in de vagina. Naarmate meer onderzoekers zich met het onderwerp gingen bemoeien, bleek dit idee onhoudbaar en een andere benadering deed zijn intrede.
De G-spot is geen anatomische of histologische eenheid, zoals een vagina, schaamlip of plasbuis. Volgens moderne onderzoekers is de G-spot een functionele erogene eenheid en aangenomen wordt dat klierweefsel, interne clitorisstructuren, vaginawand en zelfs een deel van de plasbuis er onderdeel van uitmaken: het clito-urethrovaginal (CUV) complex. [5,7,10,14] Volgens Jannini zou uit histologische studies blijken dat de klierweefsels bij iedere vrouw anders verdeeld zijn; bij sommige vrouwen ligt het weefsel opeengehoopt vlak onder de blaas, bij anderen over de hele lengte van de plasbuis, en bij weer anderen juist dieper. Ook voor de andere weefsels bestaan minder strakke anatomische coördinaten dan de boeken weergeven. Door al deze verschillen zou de G-spot van vrouw tot vrouw verschillen, wat alle controversies verklaart.
De clitoris is geen klein genotsknobbeltje, maar bestaat uit een complex van onder andere zwellichamen dat in het lichaam is verborgen. Wanneer een vrouw opgewonden raakt, zwelt de hele clitoris op en drukt tegen de vaginawand. Door nu stevig en op de juiste plek tegen de vaginawand te duwen, wordt indirect de clitoris gestimuleerd.
Heeft de G-spot dan niets mystieks meer? Vanuit anatomisch opzicht niet, maar biologische en psychologische factoren zorgen er samen voor dat ieder orgasme net weer even anders aanvoelt. Een orgasme via de externe clitoris lijkt snel en rechttoe rechtaan plaats te vinden, maar een orgasme via interne stimulatie lijkt van veel meer factoren afhankelijk te zijn, zoals voorlichting, concentratie, tijdsduur en penislengte. [4] Het uiteindelijke fysiologische resultaat zal dan misschien niet anders zijn, het is net als eten, mooi opgediend smaakt het lekkerder.
De vraag of de G-spot wel of niet bestaat is een academische. Relevanter is dat keer op keer blijkt dat op volstrekt onvoldoende wetenschappelijke basis maar met veel bombarie een enorm luchtkasteel wordt gebouwd. Het getuigt van weinig respect om het bestaan te claimen van iets wat nooit bewezen is en mensen onder druk zet.

Bronnen

1. Addiego F, Belzer EG, Comolli J, Moger W, Perry JD, Whipple B. 1981, Female ejaculation: a case study. J Sex Res, 17, pp 1-13.
2. Alzate H. 1985, Vaginal eroticism: a replication study. Arch Sex Behav., 14, pp 529-37.
3. Battaglia C, Nappi RE, Mancini F, Alvisi S, Del Forno S, Battaglia B, Venturoli S. 2010, 3-D volumetric and vascular analysis of the urethrovaginal space in young women with or without vaginal orgasm. J Sex Med., 7, pp 1445-1453.
4. Brody S, Weiss P. 2009, Vaginal Orgasm Is Associated with Vaginal (Not Clitoral) Sex Education, Focusing Mental Attention on Vaginal Sensations, Intercourse Duration, and a Preference for a Longer Penis. J. Sex Med., 7, pp 2774-2781.
5. Buisson O, Foldes P, Jannini E, Mimoun S. 2010, Coitus as Revealed by Ultrasound in One Volunteer Couple. J Sex Med., 7, pp 2750–2754.
6. Burri AV, Cherkas L, Spector TD. 2010, Genetic and environmental influences on self-reported G-spots in women: a twin study. J Sex Med., 7, pp1842-1852.
7. Colson MH. 2010, Female orgasm: Myths, facts and controversies. Sexologies, 19, pp 8-14.
8. Goldberg DC, Whipple B, Fishkin RE, Waxman H, Fink PJ, Weisberg M. 1983, The Grafenberg spot and female ejaculation: a review of initial hypotheses. J Sex Marital Ther., 9, pp 27-37.
9. Gräfenberg, E. 1950, The role of the urethra in female orgasm. Int. J. Sex., 3, pp145-148.
10. Gravina GL, Brandetti F, Martini P, Carosa E, Di Stasi SM, Morano S, Lenzi A, Jannini EA. 2008, Measurement of the thickness of the urethrovaginal space in women with or without vaginal orgasm. J Sex Med., 5, pp 610-618.
11. Het Nieuwsblad, 2006, Na de borstvergroting, de g-plekvergroting. www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleID=dmf01092006_019
12. Hicks DL, 2001, Understanding the G-Spot and Female Sexuality: A Simple 10-Step Guide for Unleashing the Ultimate in Female Ecstasy. Universal Publishers/uPublishers.com, USA.
13. Hines TM. 2001, The G-spot: A modern gynecologic myth. Am J Obstet Gynecol, 185, pp 359-362.
14. Jannini EA, Whipple B, Kingsberg SA, Buisson O, Foldès P, Vardi Y. 2010, Who’s afraid of the G-spot? J Sex Med. 7, pp 25-34.
15. Korda JB, Goldstein SW, Sommer F. 2010 , The History of Female Ejaculation. J Sex Med. 7, pp 65-75.
16. Ladas AK, Whipple B, Perry JD. 1982, The G spot and other recent discoveries about human sexuality. New York, Holt, Reinhart and Winston.
17. Pauls R, Mutema G, Segal J, Silva WA, Kleeman S, Dryfhout Ma V, Karram M. 2006, A prospective study examining the anatomic distribution of nerve density in the human vagina. J Sex Med. 2006, 3, pp 979-87.
18. Perry JD, Whipple B. 1981 Pelvic muscle strength of female ejaculators: Evidence in support of a new theory of orgasm. J Sex Res, 17, pp 22–39.
19. Schubach G. 2001, Urethral Expulsions During Sensual Arousal and Bladder Catheterization in Seven Human Females. www.ejhs.org/volume4/Schubach/ .
20. Sherfey MJ. 1974, Some biology of sexuality. J Sex Marital Ther., 1, pp 97-109.
21. Song YB, Hwang K, Kim DJ, Han SH. 2009, Innervation of vagina: microdissection and immunohistochemical study.J Sex Marital Ther., 35, pp 53.
22. The Independent, Sunday, 31 January 2010, Yes, Yes, Yes, No, Yes! In search of the G-spot.
23. Whipple B, 2000, Ernst Gräfenberg: From Berlin to New York. Scan. J. of Sex., 3, pp 43-49.
24. Zaviacic M, Zaviacic T, Ablin RJ, Breza J, Holoman K. 2001, The female prostate: history, functional morphology and sexology implications, Sexologies, 11 pp 38-49.

zondag 18 september 2016

Lori Gottlieb

In februari verscheen een lang stuk in het magazine van The New York Times, geschreven door Lori Gottlieb, een psychotherapeut die vooral huwelijkstherapie geeft. Ze beschreef een steeds vaker voor­komend probleem in wat de sociologie ‘egalitaire huwelijken’ noemt: relaties die gebouwd zijn op gelijke machtsverhoudingen, gedeelde interesses, waarin de man én de vrouw werken, even veel geld verdienen, dezelfde huiselijke taken vervullen.
De problemen die Gottlieb tegenkomt zijn vooral seksueel van aard: uit onderzoek blijkt dat wanneer mannen huisklusjes doen die normaal worden gezien als ‘typisch vrouwelijk’ – koken, stofzuigen – de stellen anderhalf keer minder seks hebben per maand in vergelijking met stellen waarvan de man die ‘typisch mannelijke’ klusjes doet, zoals de auto repareren of het vuilnis buiten zetten. (Frappant: in huwelijken waarin mannen helemaal geen klusjes doen, vond 17,5 procent minder seks plaats.)
Egalitaire huwelijken nemen de waarden over van een goed sociaal systeem – het scheppen van consensus – en denken dat die toepasbaar zijn in de slaapkamer. Lust heeft heel andere bouwstenen, lust ontstaat als je de ander ook als seksueel object kunt zien, schreef Gottlieb, maar de mannen in haar kliniek hebben allemaal afgeleerd vrouwen überhaupt als object te mogen zien. De talloze mannen die ze sprak over hun seksuele fantasieën en het soort porno dat hen opwindt, zeggen dat ze diezelfde fantasieën niet zouden willen uitleven op hun eigen partner – zelfs als die partners daar letterlijk om zouden vragen. Het is iets dat essayiste Katie Roiphe al opmerkte in haar bundel In Praise of Messy Lives: jonge Amerikaanse schrijvers durven amper nog over seks te schrijven, ze zijn te zelfbewust, te veel met de vrouw bezig, om nog geil te durven zijn. Of zoals Marnie, een van de hoofdpersonages van de buitengewoon actuele, gelauwerde hbo-serie Girls, zegt over haar seksleven met haar vriendje: ‘He is so busy, like, respecting me, he sees right through me.’
Op de website van The New York Times was het mogelijk om te reageren op het stuk van Gottlieb, en dat deden mensen, vele honderden. De meest terugkerende opmerking: so what? Wat maakt een slap seksleven uit als je verder gelukkig bent?
Dat is een vraag die iedereen voor zichzelf moet beantwoorden. Maar het is een teken aan de wand. Het probleem dat Gottlieb aankaart over seks geldt in de bredere zin voor het feminisme: het gaat er niet om dat het sociaal wenselijk is dat een vrouw even veel seksuele partners kan hebben zonder voor ‘sletvrees’ te hoeven, nou ja, vrezen, het gaat er niet om dat een vrouw haar pas­geboren kind haar achternaam geeft en niet die van haar partner, het gaat er niet om dat je allebei niet jezelf bent om zo tot compromissen te kunnen komen, het zou niet ­moeten gaan om gelijkheid, maar om vrije keuze – dat de vrouw evenveel kan en mag als een man zou kunnen en mogen.
Maar zelfs dan ontkom je niet aan het gegeven dat mannen en vrouwen seks, liefde, werk, ouder worden, het krijgen van kinderen anders beleven. Ze vormen dezelfde diersoort maar zijn andere variaties, separate but equal (om een foute term te gebruiken), en wanneer je alleen op dat equal inzet en het separate ontkent, gaan andere dingen broeien. ‘In other words’, schrijft Gottlieb, ‘in an attempt to be gender-neutral, we may have become gender-neutered.’ Of: door te proberen sekse-neutraal te zijn, zijn we misschien wel seksloos geworden. De baard is vrouw geworden.

Bron: Groene

zaterdag 17 september 2016

Toch de vrouw

BOEKRECENSIE Melvin Konner probeert in  'Toch de vrouw' verschillen tussen de seksen uit te leggen, en waarom de vrouw superieur is. "Als vrouwen meer te zeggen krijgen, wordt de wereld vrediger, rustiger en redelijker."
  • © .
    Melvin Konner: Toch de vrouw. Het einde van mannelijke overheersing (Women After All) Vert. Laura van Campenhout en Ine Willems. Atlas Contact; 380 blz. € 29,99
"Er is een aangeboren stoornis die verrassend veel voorkomt, vanwege een verandering in een cruciaal chromosomenpaar. Normaal zien beide chromosomen er hetzelfde uit, maar bij dit paar is er één onherkenbaar gekrompen. Dat heeft gevolgen: een kortere levensverwachting, onvermogen tot voortplanting, voortijdig haarverlies en hersendefecten die kunnen resulteren in probleemgedrag, hyperseksualiteit en agressie."

Voor wie de diagnose nog niet heeft kunnen stellen nog één tip: 49 procent van de mensheid lijdt eraan. Melvin Konner, auteur van het boek 'Toch de vrouw. Het einde van de mannelijke overheersing', noemt het gekscherend het 'x-chromosoomdeficiëntiesyndroom'. Ook bekend onder de naam 'mannelijkheid'.

Corruptie, oorlog en seksschandalen
De superieure mensensoort heet vrouw, wil de schrijver maar zeggen. Als die het meer voor het zeggen krijgt, zal de wereld vrediger, rustiger en redelijker worden, denkt hij. Ellende als seksschandalen, corruptie, geweldpleging en oorlog is veelal aan mannen toe te schrijven.

Dat inzicht begon bij Konner, hoogleraar antropologie, neurologie en gedragsbiologie aan de Emory University in Atlanta, al te ontstaan gedurende zijn geneeskundestudie. In de ziekenhuizen waar hij praktijkervaring opdeed, zag hij hoe mannen en jongens voor de meeste aandoeningen bevattelijker waren dan vrouwen, en dat die laatsten nogal eens kwamen voor iets wat hun door mannen is aangedaan.

'Toch de vrouw' begint prikkelend en pamflettistisch. Tegelijk ziet de lezer al meteen een hele manege aan stokpaardjes terug, die door velen voor Konner zijn bereden. Vrouwen als het sterke geslacht. Het grote verschil tussen de seksen, onder de noemer 'Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus' - goed voor met miljoenen tegelijk verkochte andere boeken en volle schouwburgzalen. Konner heeft het over mannen die van Mars komen en vrouwen van de aarde. Een verschil waar ik nog op terugkom.

Topfuncties
Kan het kwaad als zo'n bekende boodschap nog eens wordt gebracht? Nee, de ongelijkheid tussen man en vrouw is de afgelopen eeuw weliswaar afgenomen, maar de veranderingen gaan traag. Kijk naar de percentages vrouwen in topfuncties in politiek en bedrijfsleven, en het wordt duidelijk dat er nog werelden te winnen zijn. Een scherp betoog dat het tempo van de onvermijdelijke revolutie wat kan opjagen is dan ook welkom.
  •  
    Had de wereld er niet heel anders uitgezien, als we ons wat bonobo-achtiger hadden ontwikkeld?
Van Konner komt het helaas niet. Hij trapt voornamelijk open deuren in en winkelt selectief in bestaande literatuur. De schwung in het begin van het boek verdwijnt later meer en meer. Een niet altijd even nauwkeurige vertaling draagt evenmin bij aan de leesvreugde ('corporations' vertaald als 'corporaties' waar 'bedrijven' worden bedoeld).

Zeer uitgebreid gaat de auteur in op man-vrouwverschillen bij uiteenlopende diersoorten. Natuurlijk komt ook het vaker aangehaalde verschil tussen de agressieve chimpansees en de liefdevollere bonobo's aan de orde. Twan Huys suggereerde onlangs in de 'College Tour'-uitzending met de legendarische chimpanseeonderzoekster Jane Goodall nog dat de mens tijdens de evolutie de verkeerde afslag nam, met de chimpansees mee. Had de wereld er niet heel anders uitgezien, als we ons wat bonobo-achtiger hadden ontwikkeld? Huys' gast relativeerde dat: de aarde zou in elk geval nog meer overbevolkt zijn dan nu al het geval is.

Dat het al zo vroeg misging, gelooft Konner ook niet. Volgens hem waren de man-vrouwverhoudingen nog aardig in orde, toen de mens nog een nomadisch bestaan leidde. Mannen zorgden via de jacht voor het vlees, maar het overgrote deel van het voedsel werd ingezameld door foeragerende vrouwen.

Evenwicht
Het liep volgens de schrijver pas echt fout toen de mens op vaste plekken ging wonen om zich daar via landbouw en veeteelt in leven te houden. Het bestaande evenwicht tussen man en vrouw werd wreed verstoord, omdat er veel meer zware fysieke arbeid moest worden verricht, en meer oorlog gevoerd. Het land diende per slot van rekening verdedigd te worden.

Konner trekt ten strijde tegen de stereotiepe beschrijvingen van vrouwen. Vandaar dat hij ze waarschijnlijk liever van de aarde laat komen dan van Venus. De ene planeet associëren we met nuchterheid en de andere met liefde. Daarmee druk je vrouwen alweer meteen in de hoek van de wezens met gebrekkige controle over hun emoties. En dat is al te kort door de bocht, vindt de auteur.
  •  
    De auteur lijkt te hopen op man-vrouwverhoudingen als in de tijd van de jagers en verzamelaars, met een mooi evenwicht tussen de seksen
Vrouwen huilen misschien wat sneller. Op andere fronten tonen ze juist veel meer beheersing en laten zich minder leiden door emoties dan de mannen met hun korte lontjes, gewelddadige inborst en steeds weer opspelende seksuele impulsen. De nuance waarmee Konner over vrouwen schrijft, is in de vele passages over mannen echter grotendeels zoek.

De hoofdstukken die raken aan zijn eigen vakgebieden, antropologie, neurologie en gedragsbiologie, zijn vooral brave opsommingen van wat anderen eerder opschreven. Ze hebben nog het voordeel dat ze een logische opbouw hebben en dat Konner met zorg een betoog opbouwt. Op voor hem wat onbekender terrein gaat hij meer lukraak te werk. Door de geschiedenis van de vrouwenemancipatie gaat hij bijvoorbeeld hinkstapspringend heen.

Toekomstfantasieën
De auteur lijkt te hopen op man-vrouwverhoudingen als in de tijd van de jagers en verzamelaars, met een mooi evenwicht tussen de seksen. Toch sluit hij gezien zijn overtuiging dat de vrouw vergaand superieur is aan de man andere scenario's niet uit. Tegen het einde van zijn boek geeft hij zich gretig over aan toekomstfantasieën. Voor voortplanting heeft de vrouw de man met steeds verder voortschrijdende technieken niet meer per se nodig.

'Toch de vrouw' glijdt bij het beschrijven van dit soort vooruitzichten af naar de olijke toon van de damesglossy: "Met een man die verscheidene of veel vrouwen seksueel bedient, zou hij van het leven genieten en zouden zij geen seks hoeven hebben tenzij ze het zelf bestellen. Of een groep slimme vrouwen zou een aantal mannen kunnen delen: een gespierd blondje, een lange, knappe marathonloper, een androgyn typje voor het babysitten, een langharige stoot voor wilde seks op afroep - je snapt wel wat ik bedoel."

Over stereotyperingen gesproken. Zo leveren ruim driehonderd pagina's vooral verveling en ergernis op en nauwelijks verrassende invalshoeken of bruikbare, nieuwe argumenten. Het broodnodige debat over de verhoudingen tussen de seksen verdient beter, veel beter.